Mijn bijzondere oma is niet meer.

Het is vrijdagmiddag zes juli, net een paar minuten na twaalven, als ik een telefoontje krijg van mijn moeder. Ik liep net de school uit met mijn klasgenoten, onderweg naar de bus. Een terras op, dat was het plan. Om het schooljaar gezamenlijk af te sluiten. ‘Kom maar naar huis,’ was het eerste wat mijn moeder zei, ‘oma gaat vanmiddag slapen.’

Bam. Een klap in je gezicht. Als de hitte van buiten die naar je toe wuift zodra de deuren open gaan en je uit een gebouw komt met flinke airco. Als een honkbal in je gezicht. Oma gaat slapen. Ik ga mijn oma verliezen. Mijn oma gaat zo dood. Intens veel gedachtes vlogen door mijn hoofd en ik had moeite met het bedwingen van mijn tranen. ‘Om 16:00 uur komt de dokter, dus kom maar snel naar huis voordat je te laat bent.’

Mijn oma werd drie weken geleden wat ziekjes. Ziek, zoals ze wel vaker was. Een griepje, dachten we. Waait wel weer over. Vier jaar geleden gebeurde dit ook, alleen bleek het toen ook al foute boel te zijn. Ze kreeg een maagtumor, en vanwege haar leeftijd durfden de artsen haar niet meer te behandelen. Dat zou ze niet overleven. Een arts uit Groningen durfde het aan, en brandde de lekkende tumor dicht. Tijdelijk, want dit was niet meer te genezen. Ik was toen 13, snapte het niet zo goed en dacht dat alles opgelost was. Ze overleefde het, en er leek niks meer aan de hand te zijn.

Toch wel. De tumor kon daar natuurlijk niet nog tien jaar lang ongezien zitten. Wat dachten we wel niet? Toen ze drie weken geleden wat ziekjes werd na een heerlijk weekendje weg (zo actief was ze echt nog wel), dachten we niet meteen aan de maagkanker. Ze verslechterde wat, en na een paar dagen hield ze geen eten meer binnen. Overgeven als een gek, ik bespaar jullie de details. Vreselijk was het. Maar zowel wij als zijzelf hielden hoop. De standaard-zin in onze familie was namelijk: oma, die is niet dood te knuppelen. Want dat was ze ook nooit.

Toch wel. Het ging van 100 naar 0, en in de week voordat ze overleed hield ze zelfs geen drinken meer binnen. Dit was allemaal te danken aan de tumor, die alles verweerde. De huisarts kwam dagelijks kijken, had ons stiekem al verteld dat hij dacht aan de maagtumor en zei er ook maar meteen bij dat er geen kans van overleving meer in zat. Het nakijken of behandelen, deden ze niet meer. Daar was ze dit keer echt te zwak voor en het zou weinig resultaat opleveren. Ze zou hoe dan ook overlijden aan deze tumor.

Een paar dagen later vertelde de dokter haar dezelfde informatie als die wij een paar dagen eerder kregen. Gehuild, dat ze heeft. Wat wilde ze nog graag bij ons blijven, ze wilde nog niet dood. Maar er was geen keuze meer. De tumor was niet meer te bestrijden en dat zou betekenen dat een maagbloeding – en dus doodbloeden – op de loer lag. En flink ook. Dat wilden we haar en onszelf besparen, en dus viel de term sedatie* al snel.

*Bij sedatie krijg je een pomp met twee spuiten om, en word je door middel van morfine en slaapmiddel in slaap gebracht. Zodra je in slaap bent, wordt je eigenlijk niet meer wakker en overlijdt je – in je slaap – binnen een paar dagen. 

Dagenlang riep ze tegen ons dat ze nog niet weg wilde, dat ze het zo verschrikkelijk vond en dat ze nog zo graag naar de camping en naar de bingo wilde. Tot het moment waarop er bij haar een knop omging. Ze wilde niet meer. Niet als het op deze manier moest. Ze was zeker van haar zaak: ze wilde die pomp zo snel mogelijk hebben. De huisarts werd gebeld, de pomp werd besteld en daar zaten we dan: op vrijdagmiddag met de hele familie in de kamer. Wat een ellende.

Afscheid nemen bestaat niet, zeggen ze toch altijd? Dat is een feit. Ik heb gejankt, bij haar thuis. Volledig overstuur. Ik was de enige. Hoe doet men dit? Afscheid nemen, wie kan dat nou? Ik liep naar haar bed toe, gaf haar een knuffel en toen ze me los liet zei ze heel rustig: ‘Meis, hoe is het met je teen?’, want die was al een paar dagen gekneusd. Zelfs zíj is er rustig onder. Hóe dan?!

Om 16:00 uur zou de pomp komen, maar na heel wat uitstel – geloof me: er zijn heel wat fouten gemaakt – kwam de pomp pas om 23:15 uur. Een half uur later werd hij aangelegd. Ik was een paar uur daarvoor al naar huis gegaan. Ik wilde, kon, er niet bij zijn. Ik was urenlang overstuur, heb alles er uit gehuild en ben naar huis gebracht. Ze heeft iedereen die er nog was toegesproken, vlak voordat ze in slaap werd gebracht, en zei nog een paar mooie woorden. Voor mij heeft ze nog een videoboodschap ingesproken, die ik tot op de dag van vandaag nog niet heb durven kijken. Bang om geconfronteerd te worden met iets wat er niet meer is. Maar oh, zo blij, dat die videoboodschap er is.

Zondagochtend, twee dagen nadat ze in slaap is gebracht, blies ze haar laatste adem uit. Mijn andere oma was op dat moment aan het waken, en was er bij. Wij werden gebeld, en vanaf dat moment was het officieel. Opnieuw een klap. Oma is overleden. Oma komt niet meer terug. Oma slaapt niet meer, maar is dood. Vanaf dat moment stap je in een achtbaan en ben je alleen maar bezig met regelen, regelen, regelen. Verwerken, dat doe je nog niet echt. Dat komt later pas, net als het besef. Inmiddels zijn we al acht dagen zonder haar: acht héle, lange dagen.

Ze was een prachtmens, ik had een bijzondere band met haar en ik mis haar onvoorwaardelijk. De pijn is onbeschrijfelijk, maar we weten: ze had zo niet verder gekund en ze had een prachtige leeftijd. 93 jaar lang heeft ze mogen genieten van deze wereld, en nu hoop ik dat ze daarboven ook nog mag genieten. Lieve oma, ik hou van jou. ♥︎

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge